From Strength to Strength!

‘For every emptiness, a fullness may be found. For every lie there’s something true. And for this broken cup that’s quickly leaking water, there is a fullness found in You…’

Ik voel iets… maart 31, 2008

Ingedeeld onder: Verhaal — Wiets @ 11:23 am

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze kocht een bos rozen.
Een bos rode rozen.
Een bos zalig rode rozen.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij kocht een bos rozen.
Een bos witte rozen.
Een bos heerlijke witte rozen.

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze begon te dansen.
Op de tippen van haar tenen.
Op haar teenste tippen.
En toen ze klaar was, gaf ze drie rode rozen weg.
Zomaar. Aan een dame.
En die dame dacht: Ze voelt iets. Ik weet niet wat het is, maar het is mooi.
Dat zie je.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij nam een lange aanloop. En hij sprong in een keer over de beek.
In een keer.
In een keer onder een bos heerlijke witte rozen.
En de mensen die dat zagen,
die zeiden: Hij voelt iets. We weten niet wat het is, maar het is apart.
Dat raad je.

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze zong een lied. Een tiereliere lied.
Van het knaapje dat een roos zag staan,
zoo lieflijk van stam en blaân.
En toen ze klaar was,
gooide ze 5 rozen in het publiek.
En het publiek klapte in zijn handen.
En het zei: Ze voelt iets. We weten niet wat het is, maar het is heel mooi.
Dat hoor je.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij riep ‘JOEPIE!’
Heel luid.
En hij gooide een roos recht de hemel in.
Heel hoog.
Ze werd een witte stip.
Een vogel ving ze op en dacht: Hij voelt iets. Ik weet niet wat het is, maar het is apart.
Dat merk je.

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze ging op een hand staan.
Zomaar. Voor de lol.
Tot ze er rood van werd.
Zo rood als haar rode rozen.
Toen gaf ze een roos aan een hond.
En die hond, die rook eraan en dacht: Ze voelt iets. Ik weet niet wat het is, maar het is mooi.
Dat ruik je.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij koos drie rozen uit en zette ze op.
Een op zijn vinger en een op zijn voet,
de derde op zijn neus.
Toen stak hij de rozen op een hoed.
Op een hoed van een heer met een hoed.
En die heer dacht: Hij voelt iets. Ik weet niet wat het is, maar het is apart.
Dat weet ik.

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze ging op het balkon staan.
En ze riep ‘SANTÉ!’
En ze gooide tien rozen tegelijk naar beneden.
Tien rode snippers feest.
En de mensen daar beneden
vingen de rozen op en dachten: Ze voelt iets. We weten niet wat, maar het is mooi.
Dat voelen wij.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij zei dat hij toveren kon.
En hij zwaaide en zwierde en zong:
Rosa rosam rosae rosas rosis rosarum …
En hij veranderde de rozen in snoepgoed. Muntjes en toverballen.
En de kinderen die ze aten,
die riepen: Hij voelt iets. We weten niet wat het is, maar het is apart.
Dat proef je.

Ik voel iets, dacht Martha.
Ik weet niet wat het is, maar het is mooi. En ze maakte zeven putjes.
Vlak voor het huis van de burgemeester.
En ze stak er zeven rozen in.
Vlak voor de neus van de burgemeester.
En de burgemeester die dat zag,
De burgemeester met zijn eigen ogen
die dacht: Ze voelt iets. Ik weet niet wat het is, maar het is mooi.
Dat stel ik vast.

Ik voel iets, dacht Willem.
Ik weet niet wat het is, maar het is apart. En hij maakte een diepe buiging.
En hij droeg een gedicht voor.
Heel plechtig.
En aan het einde boog hij weer.
Heel sierlijk.
En hij zei dat hij er nog een kende.
En de mensen die dat hoorden, die zeiden: Hij voelt iets. We weten niet wat het is, maar het is heel apart.
Dat spreekt vanzelf.

Toen kwamen ze elkaar tegen.
Martha en Willem.
Voor jou, zei Martha.
En ze gaf Willem haar laatste rode roos.
Voor jou, zei Willem.
En hij gaf Martha
de enige witte roos die hij nog over had.

En de kinderen die dat zagen
En de mensen die dat merkten
En de vogel en de hond
En al de rest
Die zeiden:

Ze voelen iets. We weten wat het is. En het is mooi. Het is apart.

 

Wijsheid 1 maart 30, 2008

Ingedeeld onder: Wijsheid — Wiets @ 11:14 am

2097055_500_500_xggo.jpg

 

I want to be like my Jesus? maart 25, 2008

Ingedeeld onder: Gedachten — Wiets @ 8:41 pm

De laatste tijd ben ik, zoals je misschien wel eens aan mijn logs kunt aflezen, veel aan het nadenken. Vanuit mijn studie heb ik veel ‘moeten’ nadenken over geloofsinhoud: wat geloof ik en waarom, waar is dit op te baseren? Doordat ik altijd christelijk ben opgevoed, is God er al vanaf mijn kinderjaren bij ingeslopen, maar nu ben ik pas aan het funderen waarin ik altijd heb geloofd. (beter laat als niet, toch?) Soms is dat best eng, anderzijds geloof ik dat God me vasthoud en dat ik niet bedrogen uit zal komen. :-)

De laatste tijd is mijn beeld over God en over Jezus veranderd. Dit komt een beetje door vragen die ik aangereikt krijg vanuit mijn studie, maar ook door dingen die ik om me heen zie en hoor. 1 ding is heel erg blijven hangen en dat is het liedje van Todd Agnew: My Jesus. Dit nummer begint met de zin: Which Jesus do you follow?
Gaandeweg het nummer besef je opeens dat het beeld dat we in deze tijd vaak van Jezus hebben, maar voor een klein stukje overeenkomt met de werkelijkheid. De zanger stelt in zijn liedje de vraag in hoeverre wij Jezus zouden herkennen als wij Hem zouden tegenkomen.

Het is alweer een paar jaar geleden, toen ik met dezelfde dingen als nu bezig was en aan Jezus deze dingen voorlegde. Ik vroeg me af bij welke kerk Hij zich nu echt thuis zou voelen, als Hij hier op aarde zou rond wandelen. Natuurlijk zeer naief, I know ;-) Maar goed, mijn menselijke geest wilde ontzettend graag Jezus in een hokje plaatsen. Het antwoord heeft me tranen gebracht en ben ik nooit vergeten… Hij vertelde me dat Hij waarschijnlijk bij weinig kerken zou worden binnengelaten, omdat Hij zou komen in de gedaante van die stinkende zwerver, of de schaars geklede prostituee.

De Jezus die we er tegenwoordig van gemaakt hebben, is 1 of ander religieus type, vriendelijk en godsdienstig, lief voor iedereen. Maar de echte Jezus ging juist dwars tegen de religieuze types van die tijd in, Hij ging naar de Marc Dutrouxs van deze wereld.. de Joran van der Sloot-types, zwervers met de daklozenkrant, vrouwen die werken op de Amsterdamse Wallen. Die mensen zocht Hij op, dat werden zn vrienden.

Ik geloof, met de schrijver van My Jesus, dat de echte Jezus waarschijnlijk niet zo snel geaccepteerd zou worden in de kerken van tegenwoordig. Ik denk dit, omdat ik het nu al zie gebeuren.

Afgelopen weekend was ik op een Bijbelstudie-avond en sprak ik met iemand die me vertelde hoe hard ze probeerde om bij deze groep christenjongeren te horen. Hoeveel moeite ze deed, maar hoe ze nooit echt werd geaccepteerd en erbij werd betrokken om wie ze was. Waarom niet? Omdat ze misschien geen fancy HBO-opleiding doet? Omdat ze niet de kleding draagt die ‘in’ is? Omdat ze niet de juiste grapjes maakt, niet met de populaire gespreksonderwerpen mee kan praten? En waarom zoveel anderen wel, die al die dingen toevallig wel bezitten…
Ik praatte met haar maar wat kun je zeggen op zo’n moment? Mijn hart brak en ik ben er een aantal dagen flink mee aan het worstelen geweest. Hoe kun je zeggen dat je op Jezus wilt lijken, maar je zo gedragen tegenover de mensen die Jezus juist opzocht?
We spreken er zo vaak over dat meer van Jezus willen leren kennen, en Hij geeft ons zoveel mogelijkheden! Hij komt in dat meisje, wat de hele avond stil op de bank zit, omdat ze niet uit zichzelf durft te gaan praten. Hij komt in haar zus die het probeert, maar telkens weer afgewezen wordt. Hij komt in die jongen met die contactstoornis, die iedereen ontwijkt. Hij komt in die jongen waar iedereen zich altijd aan irriteert omdat hij zoveel shit in zijn leven kent en daardoor zo verbitterd is. Hij komt in die zwerver… in die dakloze, in dat hoertje, in de crimineel…

”Want Ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”

Which Jesus do you follow?
Which Jesus do you serve?
If Ephesians says to imitate Christ
Then why do you look so much like the world?

(…)
You see I’m tired of living for success and popularity
I want to be like my Jesus but I’m not sure what that means to be like You Jesus
Cause You said to live like You, love like You but then You died for me
Can I be like You Jesus?
I want to be like my Jesus…

 

Eerlijkheid maart 21, 2008

Ingedeeld onder: Lyrics — Wiets @ 6:09 pm

If You wanted me - Todd Agnew

I’ll admit I’m glad we’re not disciples
Out on a lake paralyzed with fright
‘Cause I’m afraid I might have laughed at Peter
Until he stepped into that stormy night

If You wanted me to walk on water
Why’d You make this solid ground seem so right?

I’ll admit I’m glad I’m not King David
Ruling over everything I see
‘Cause I think I’ve fallen for more than Bathsheba
Your creation’s a temptation for me

If You wanted me to love You only
Why’d you make the moonlight sparkle in her eyes?

I’ll admit I’m glad I’m not John the Baptist
In a jail cell waiting for my day to die
‘Cause at least down here I know what we’re chasing
And it’s hard to trust Your dreams are so much better than mine

If You wanted me to die to myself
Why’d You make me fall so deeply in love with life?

If You wanted me to surrender
Why’d You make these hands able to hold on so tight?

If You wanted me to be like You
Why’d You make me like me?

 

Let’s celebrate Life! maart 21, 2008

Ingedeeld onder: Celebrate! — Wiets @ 4:03 pm

”Waar denk je aan? Je lijkt zo diep in gedachten verzonken.”
Ik schudde met mijn hoofd, alsof ik de gedachtes er zo uit kon laten springen en kwam terug in de realiteit. Ik zat in een stoel bij de psychiater en was weggedroomd toen hij de conclusie trok, nadat hij vertelde dat hij mijn dossier had doorgelezen: ”Je hebt sombere jaren achter de rug, gevuld met verlies en verdriet.”

Ik keek hem aan en probeerde zijn blik te peilen. Nee, het was niet een blik van medelijden, die ik al zo vaak had gezien en waar ik vaak tegenop had proberen te boksen: Ik ben niet zielig! Ik kan het best alleen! Laat me met rust! Ik red het allemaal zelf wel! Ik heb niemand nodig!

Het was een nuchtere blik. Een kijk die verfrissend en waar was. Ik droomde weg en dacht terug aan de donkere tijden die achter me lagen. De nacht die zo lang leek te duren. De kreten in mijn dagboek, die spreken van wanhoop, pijn, verdriet en leegte. Een schreeuw naar God: HELP ME! Ik kan niet meer verder…
Soms denk ik nog eens terug aan de woorden die ik ooit schreef: Als dit het leven is zoals God het bedoeld heeft, dan hoeft het niet meer van mij.
Dankbaarheid welt in me op: ik ben er gelukkig nog steeds.

Soms kan erkenning best fijn zijn. Iemand die je gewoon ziet. Die ziet waar je doorheen bent gegaan, maar ook ziet hoe je gevochten hebt om dat te overwinnen. Hoe je hebt geprobeerd om te overleven, en om langzaamaan de eerste stappen te zetten naar ‘gewoon leven’.

Gewoon leven? Eigenlijk is mijn leven verre van gewoon. Als je oog in oog hebt gestaan met (de keuze voor) de dood, dan is elke dag opnieuw een feest. Elke dag die ik erbij krijg, vier ik. Toen ik laatst in de trein zat, bedacht ik me dat mijn leven het nu al waard is geweest om het te leven. Ik ben zo’n gelukkig mens.

De zonnestralen door de bladeren, of op mijn huid. Zoveel mooie muziek, quotes, gedichten, verhalen. Vriendschappen waar je soms voor vecht, waar je van geniet. Vergeving te ervaren en zelf uit te mogen delen. Allerlei smaken, geuren, kleuren, gevoelens. Intens te ervaren dat je leeft en dat je lief hebt! O, de liefde… van mensen durven te houden zonder de angst van verlies en de macht van controle. In het water durven te springen, zonder dat je weet hoe diep het is. Wegen in te slaan, zonder te weten waar het eindigt.
Een lach, vanuit de kern van je bestaan, daverend, grinnikend, giechelend. Soms te zijn als een kind, in al zijn onschuld, gekke vragen stellend, de wereld ontdekkend. Ongecompliceerdheid.
Genieten van andere mensen, maar ook van jezelf. Van de veelkleurigheid van je karakter. Te zien hoe je tot bloei bent gekomen.

Ten diepste te weten: Dít is leven en dít is wie ik ben. Vergetend wat achter me ligt, en me uitstrekkend naar wat voor me ligt. Dát is echt geluk.

Ik lach en kijk hem aan. ”Er is niets. Ik dacht alleen even terug.”
Later, als ik in de trein zit, stroomt mijn hart over van dankbaarheid.
Dank U wel… U laat niet los wat Uw hand eens begon!

cimg0271.jpg

Mooie bloem, zo kwetsbaar.
Je straalt, je lacht.
Eerst werd je gebroken,
maar nu is dat je kracht.

 

Let’s celebrate love! maart 20, 2008

Ingedeeld onder: Celebrate! — Wiets @ 10:38 am

Vandaag is het de dag dat mijn grootouders precies 50 jaar geleden elkaar het jawoord hebben gegeven… Als je alle relatione ongein om je heen ziet in deze samenleving, is dit toch wel een feestje waard!

cimg0645.jpg

Ik hoop dat, mocht ik ooit een slachtoffer vinden dat bereid is om zijn leven met mij door te brengen, ik ook zo lang getrouwd mag zijn :-)

For now I would say: Let’s Celebrate Love!!!

 

Besef maart 17, 2008

Ingedeeld onder: Gedachten — Wiets @ 11:36 am

Sinds een tijdje ben ik, als ik in een (kerk-)dienst zit, bezig met de vraag: Meen ik wat ik zing? Besef ik de betekenis van de woorden die mijn mond belijd op dit moment?
Ik begon er over na te denken toen ik een nummer van Opwekking voorgeschoteld kreeg, wat begint met: ‘Eer en glorie van een mens is niet waar ik naar op zoek ben’.
Ik vroeg me af hoe slecht de schrijver van het lied, zichzelf kent. Met een beetje reflectie kom je er al snel achter dat elk mens diep van binnen wel op zoek is naar eer en glorie, en maar al te vaak van mensen. Toen ging het verder: ‘Al mijn trouw en mijn devotie, hartsverlangen en emotie, zijn alleen bestemd voor Hem die voor mij stierf’.

Ik keek naar het aanbiddingsteam en zag hoe ze met volle overgave het lied zongen, hun handen geheven, ogen gesloten. Ik vroeg me af of ze werkelijk nadachten over wat ze zeiden. Ik durfde het niet mee te zingen. Op dat moment ging mijn hartsverlangen niet zozeer uit naar God, en er waren nog zoveel dingen waar ik ook nog stiekem ‘devotie’ voor koesterde…

Beseffen we wat we zeggen als we deze woorden zingen:
‘Wij leggen voor Uw troon neer al onze dromen, ons leven geven wij’
‘Doe Uw wil in mij’
‘Maak mij zoals Jezus’.

Beseffen we werkelijk de gevolgen van onze vragen, of zingen we het gewoon, omdat het mooi klinkt, of omdat het stiekem ook best wel heel heilig klinkt -alles opgeven voor Hem.
We zingen vaak zo vrolijk: Ik wil meer en meer gaan lijken op Jezus!
Besef je dat Jezus in Zijn eigen vaderstad totaal niet geliefd was? Dat velen aanstoot namen aan Zijn woorden? Dat Hij verraden werd door een vriend, in de steken gelaten door Zijn volgelingen? Dat Hij Zijn leven gaf tot in de dood, dat Hij Zich door Godzelf verlaten heeft gevoeld?

Zijn we werkelijk bereid die prijs te betalen? Willen we onze dromen opgeven om God te volgen? Willen we werkelijk onszelf verloochenen, zeggen tegen onze ’oude ik’: ik ken jou niet meer?

Doe God geen beloftes die je niet na wilt of kunt komen. Doe je niet beter voor dan je bent. Wees eerlijk en echt tegenover God. Als je niet alles mee kunt zingen omdat je het niet meent, doe het dan gewoon niet. Wat boeit het als mensen je een minder goede christen vinden om die reden? Het gaat niet om mensen!

It’s all about You Jesus…

 

When all is said and done maart 16, 2008

Ingedeeld onder: Gedachten — Wiets @ 5:10 pm

If I never walk on water
If I never see miracles
If I never hear Your voice so loud
Just knowing that You love me is enough to keep me here
Just hearing these words is enough to satisfy
You do You do You satisfy,
I couldn’t leave even if I tried
I must have You I must have You

When it’s been said and when it’s all been done
When the race is run it all comes to love

Uit: Let me love You more, Misty Edwards

 

What if… maart 16, 2008

Ingedeeld onder: Gedachten — Wiets @ 12:03 am

What if God doesn’t give you what you want… When He doesn’t heal your sickness, doesn’t answer your prayers the way you want. What if you don’t feel anything from Him and experiences are something of the past?
Are we holding on to Him? Do we still believe that He is an almighty God?

Zomaar wat vragen die in me opkwamen terwijl ik vannacht door Ede fietste. Als genezing uitblijft, als vervulling niet ervaren wordt, als God je gebeden niet verhoord, als Hij niet lijkt te luisteren naar je hulpgeroep… wat dan?
Een wanhopig vastklampen aan Zijn beloften. Een onrustig hart wat zoekt naar vrede. Een hand die in het duister tast op zoek naar die van Hem. Een keel die schor is van mijn hulpgeroep.

God, laat niet los wat Uw hand eens begon…