”Waar denk je aan? Je lijkt zo diep in gedachten verzonken.”
Ik schudde met mijn hoofd, alsof ik de gedachtes er zo uit kon laten springen en kwam terug in de realiteit. Ik zat in een stoel bij de psychiater en was weggedroomd toen hij de conclusie trok, nadat hij vertelde dat hij mijn dossier had doorgelezen: ”Je hebt sombere jaren achter de rug, gevuld met verlies en verdriet.”
Ik keek hem aan en probeerde zijn blik te peilen. Nee, het was niet een blik van medelijden, die ik al zo vaak had gezien en waar ik vaak tegenop had proberen te boksen: Ik ben niet zielig! Ik kan het best alleen! Laat me met rust! Ik red het allemaal zelf wel! Ik heb niemand nodig!
Het was een nuchtere blik. Een kijk die verfrissend en waar was. Ik droomde weg en dacht terug aan de donkere tijden die achter me lagen. De nacht die zo lang leek te duren. De kreten in mijn dagboek, die spreken van wanhoop, pijn, verdriet en leegte. Een schreeuw naar God: HELP ME! Ik kan niet meer verder…
Soms denk ik nog eens terug aan de woorden die ik ooit schreef: Als dit het leven is zoals God het bedoeld heeft, dan hoeft het niet meer van mij.
Dankbaarheid welt in me op: ik ben er gelukkig nog steeds.
Soms kan erkenning best fijn zijn. Iemand die je gewoon ziet. Die ziet waar je doorheen bent gegaan, maar ook ziet hoe je gevochten hebt om dat te overwinnen. Hoe je hebt geprobeerd om te overleven, en om langzaamaan de eerste stappen te zetten naar ‘gewoon leven’.
Gewoon leven? Eigenlijk is mijn leven verre van gewoon. Als je oog in oog hebt gestaan met (de keuze voor) de dood, dan is elke dag opnieuw een feest. Elke dag die ik erbij krijg, vier ik. Toen ik laatst in de trein zat, bedacht ik me dat mijn leven het nu al waard is geweest om het te leven. Ik ben zo’n gelukkig mens.
De zonnestralen door de bladeren, of op mijn huid. Zoveel mooie muziek, quotes, gedichten, verhalen. Vriendschappen waar je soms voor vecht, waar je van geniet. Vergeving te ervaren en zelf uit te mogen delen. Allerlei smaken, geuren, kleuren, gevoelens. Intens te ervaren dat je leeft en dat je lief hebt! O, de liefde… van mensen durven te houden zonder de angst van verlies en de macht van controle. In het water durven te springen, zonder dat je weet hoe diep het is. Wegen in te slaan, zonder te weten waar het eindigt.
Een lach, vanuit de kern van je bestaan, daverend, grinnikend, giechelend. Soms te zijn als een kind, in al zijn onschuld, gekke vragen stellend, de wereld ontdekkend. Ongecompliceerdheid.
Genieten van andere mensen, maar ook van jezelf. Van de veelkleurigheid van je karakter. Te zien hoe je tot bloei bent gekomen.
Ten diepste te weten: Dít is leven en dít is wie ik ben. Vergetend wat achter me ligt, en me uitstrekkend naar wat voor me ligt. Dát is echt geluk.
Ik lach en kijk hem aan. ”Er is niets. Ik dacht alleen even terug.”
Later, als ik in de trein zit, stroomt mijn hart over van dankbaarheid.
Dank U wel… U laat niet los wat Uw hand eens begon!
Mooie bloem, zo kwetsbaar.
Je straalt, je lacht.
Eerst werd je gebroken,
maar nu is dat je kracht.